Wat is genoeg voor genoegdoening van zorgmedewerkers?

By 30 juli, 2020Overig
Beloningsmanagement is een simpel vak. De kwaliteit van medewerkers druk je uit in het vaste loon, de prestaties in de variabele looncomponent. Goed, als je dat wilt kan ik daar uren over praten, maar dit is omdat ik er mijn brood mee verdien. In essentie is het een simpel vak.
Feitelijk waardeert de vaste beloningsvorm de ontwikkeling van een individu, datgene wat iemand zich door de jaren heen heeft eigen gemaakt aan kennis en vaardigheden. Zeg maar de lange termijn.
Hoe meer je leert, hoe meer en moeilijker dingen je kunt, hoe meer geld er in je loonzakje zit. En blijft zitten. Want wie kan zwemmen, verleert dat zijn leven lang niet meer. Dat is zo ongeveer de gedachte hierachter.
Anders ligt dit voor de variabele beloning. Die waardeert de inzet en prestaties van nu, dus is bedoeld voor de korte termijn.
Met die wetenschap is de volgende stap niet moeilijk te maken. Genoegdoening voor uitzonderlijke prestaties hoort thuis in het potje van de variabele beloning. Net zoals een lintje zijn plek daar vindt, een goede fles wijn of een stevige hug uit dank voor betekenisvol werk. Hoewel dat laatste voorlopig niet meer mag.
Een eenmalige bonus is daarom het geëigende middel om onze dankbaarheid uit te drukken jegens de zorgmedewerkers en allen die betrokken waren bij de bestrijding van het virus. Dat is dus een wijze keuze van onze regering geweest.
So far so good.
Maar is die 1.000 euro die de Staat uitkeerde nu veel of weinig zal je ongetwijfeld willen weten. Is die collectieve schuld daarmee voldoende vereffend? Want daar was het ons toch om te doen?
Een oude natuurwet leert dat mensen die in beide handen een zwaar voorwerp hebben, een verschil niet opmerken van minder dan 5 procent. Beide lijken even zwaar. Als dat ook voor beloningen opgaat, is die 1.000 niet veel, afgezet tegen een jaarinkomen dat hoger is dan 20.000. Voor de meesten, schoonmakers uitgezonderd, is dat namelijk minder dan die 5 procent.
Ik stel daarom voor dat bedrag op te trekken naar 2.500, om echt het verschil te maken. Dat is wat mij betreft voldoende om van genoegdoening te kunnen spreken.
De rest moet uit andere zaken komen: meer banen, meer carrièrekansen en een beter imago van het vak. Want een aflaat is nog af te kopen, misstanden niet.
Ik wens jullie een goede vakantie. Maar voor alle thuisblijvers:
Werk ze,
Rolf Baarda

Leave a Reply