Verpleging

By 12 oktober, 2019Overig

Als verpleegkundige zeg ik: de wet BIG II is zo gek nog niet

Aan tafel bij Eva Jinek werd deze week een doodvonnis uitgesproken. Met de woorden ‘Deze wet zie ik niet vliegen’, bezegelde zorgminister Bruno Bruins het lot van de wet BIG II.

BIG II regelt dat alleen Hbo-opgeleide verpleegkundigen de buitengewoon specifieke problematiek mogen behandelen en Mbo-opgeleiden verantwoording verschuldigd zijn aan de eerste genoemde groep. Reden: de zorgverlening wordt steeds complexer, zodat meer kennis nodig is van heel ingewikkelde zaken.

Weinigen weten dat ik 40 jaar geleden mijn speld heb gehaald en vanaf die tijd als gediplomeerd verpleegkundige door het leven ga. Billen wassen, infusen prikken, katheters inbrengen, het is mij allemaal niet vreemd. Zelfs heb ik een keer iemand gereanimeerd. Tevergeefs, dat wel. Je kunt natuurlijk niet overal even goed in zijn.

Maar ik mag als praktijkmens wat van die wet vinden, wil ik maar zeggen. Laat ik daarom mijn ervaringen inbrengen, nadat ik als broeder was afgezwaaid.

Toen ik – nu als beloningsadviseur – pakweg 20 jaar geleden enkele projecten deed binnen de dak- en thuislozenopvang, speelde eenzelfde probleem. Hbo-ers en Mbo-ers werden hetzelfde betaald en hadden identieke verantwoordelijkheden, ongeacht waartoe zij in staat waren.

Daar hebben we toen verandering in aangebracht. De gevalsproblematiek van cliënten werd ook hier steeds gecompliceerder, zodat de organisatie diende te worden geprofessionaliseerd.

Dit betekende concreet dat medewerkers die geschikt waren voor groepswerk (minimaal Mbo geschoold) werden ingeschaald als Allrounder en zij die specialistisch werk (Hbo) verrichtten – denk aan de woon- of traject begeleider, de schuldhulpverlener – werden ingeschaald als Vakspecialist.

Nu even heel precies: de opleiding Mbo of Hbo was een voorwaarde, het individueel probleemoplossend vermogen het inschalingscriterium. Want uiteindelijk is toegevoegde waarde een combinatie van beide: hoe pas je je kennis toe in de praktijk.

Ik ben daarom bang dat in de verpleging men zich te eenzijdig focust op de genoten opleiding. Te weinig op wat men kan en de kennis die men zich inmiddels heeft eigengemaakt. Dat zou niet moeten, want kennis an sich zegt nog niets.

Maar dat kennis een relevant criterium is voor beroepsdifferentiatie, staat wat mij betreft buiten kijf. Daar kan de verpleging niet langer omheen.

Werk ze,

Rolf Baarda

Leave a Reply