Monthly Archives

oktober 2019

Charles Darwin keert zich tegen functiewaardering

By | Overig | No Comments

Darwin o Darwin, wat weet de man het weer treffend te analyseren. Kijk eens wat voor conclusie Darwin trekt als hij de volgende waarneming doet. Echt geniaal!

Darwin trof op twee naast elkaar gelegen eilanden dezelfde soort schildpadden aan. Echter, de soort op het ene eiland week iets af van soort op het andere eiland. Die kwaliteit zat hem in een langere nek dan de soortgenoten aan de overkant van de baai. Logisch, constateerde Darwin, want de plantjes op dit eiland waren ook iets hoger.

De schildpadden moesten om te kunnen eten dus hoger reiken, wat lukte door een uniek kraagje op hun schild. De schildpadden met korte nekken en geen kraagje waren minder succesvol, die hebben zich daarom niet kunnen voortplanten. Dat leidde tot een eiland met alleen dezelfde soort schildpadden.

De verklaring ervan is simpel, schreef Darwin in zijn legendarische boekwerk On the Origin of the Species, namelijk functie volgt gedrag. En niet andersom!!

Logisch toch?

Was het maar zo. Voor velen is die natuurlijke wetmatigheid toch heel wat minder vanzelfsprekend.

Onlangs werd mij gevraagd om te onderzoeken of leidinggevenden een salarisniveau hoger moesten worden gewaardeerd tijdens de transitiefase waar het bedrijf doorheen moest.

Mooi voorbeeld van denken dat gedrag de functie wel zal volgen. Dat mensen min of meer op commando een level beter gaan presteren als de beschrijving van de functie anders wordt, om daarna weer een stapje terug te doen als de reorganisatie is geslaagd.

De uitkomst laat zich bij voorbaat raden: loonkosten stijgen, transitie mislukt.

Wijze les van ome Charles in dezen: als iets echt anders moet, doen we er verstandig aan medewerkers te selecteren die al beschikken over de gewenste kwaliteiten.

Zo doet de natuur dat immers ook.

Werk ze,

Rolf Baarda

Verpleging

By | Overig | No Comments

Als verpleegkundige zeg ik: de wet BIG II is zo gek nog niet

Aan tafel bij Eva Jinek werd deze week een doodvonnis uitgesproken. Met de woorden ‘Deze wet zie ik niet vliegen’, bezegelde zorgminister Bruno Bruins het lot van de wet BIG II.

BIG II regelt dat alleen Hbo-opgeleide verpleegkundigen de buitengewoon specifieke problematiek mogen behandelen en Mbo-opgeleiden verantwoording verschuldigd zijn aan de eerste genoemde groep. Reden: de zorgverlening wordt steeds complexer, zodat meer kennis nodig is van heel ingewikkelde zaken.

Weinigen weten dat ik 40 jaar geleden mijn speld heb gehaald en vanaf die tijd als gediplomeerd verpleegkundige door het leven ga. Billen wassen, infusen prikken, katheters inbrengen, het is mij allemaal niet vreemd. Zelfs heb ik een keer iemand gereanimeerd. Tevergeefs, dat wel. Je kunt natuurlijk niet overal even goed in zijn.

Maar ik mag als praktijkmens wat van die wet vinden, wil ik maar zeggen. Laat ik daarom mijn ervaringen inbrengen, nadat ik als broeder was afgezwaaid.

Toen ik – nu als beloningsadviseur – pakweg 20 jaar geleden enkele projecten deed binnen de dak- en thuislozenopvang, speelde eenzelfde probleem. Hbo-ers en Mbo-ers werden hetzelfde betaald en hadden identieke verantwoordelijkheden, ongeacht waartoe zij in staat waren.

Daar hebben we toen verandering in aangebracht. De gevalsproblematiek van cliënten werd ook hier steeds gecompliceerder, zodat de organisatie diende te worden geprofessionaliseerd.

Dit betekende concreet dat medewerkers die geschikt waren voor groepswerk (minimaal Mbo geschoold) werden ingeschaald als Allrounder en zij die specialistisch werk (Hbo) verrichtten – denk aan de woon- of traject begeleider, de schuldhulpverlener – werden ingeschaald als Vakspecialist.

Nu even heel precies: de opleiding Mbo of Hbo was een voorwaarde, het individueel probleemoplossend vermogen het inschalingscriterium. Want uiteindelijk is toegevoegde waarde een combinatie van beide: hoe pas je je kennis toe in de praktijk.

Ik ben daarom bang dat in de verpleging men zich te eenzijdig focust op de genoten opleiding. Te weinig op wat men kan en de kennis die men zich inmiddels heeft eigengemaakt. Dat zou niet moeten, want kennis an sich zegt nog niets.

Maar dat kennis een relevant criterium is voor beroepsdifferentiatie, staat wat mij betreft buiten kijf. Daar kan de verpleging niet langer omheen.

Werk ze,

Rolf Baarda

Wie is beter

By | Overig | No Comments

In een oud documentje kom ik een raadsel tegen waar ik wellicht destijds een hele theorie omheen had gebouwd, maar nu het antwoord niet meer weet.

Het raadsel is als volgt: Wie is beter c.q. levert meer toegevoegde waarde? De verkoper die twee klanten binnenhaalt met z’n vingers in z’n neus of de verkoper die er twee uit twintig doet?

Weet jij het al? Ik nog niet.

Het ‘beter doen’ lijkt mij verwijzen naar het resultaat. De toegevoegde waarde (kennis x vaardigheden x probleemoplossend vermogen) naar het proces dat leidt tot het resultaat. Het resultaat is van beiden hetzelfde, dus zou ik zeggen, beiden zijn even goed.

Maar qua toegevoegde waarde is de eerste beduidend beter (ik herinner mij ineens mijn eigen oplossing weer). De eerste heeft namelijk zijn klantenbestand bestudeerd en geanalyseerd waar de meeste kansen lagen. De tweede is als een blinde aan de slag gegaan.

Maar ja, twee klanten slechts. Is dat nu zoveel?

“Veel, wat is veel?” vroeg Hilde Beckers, HR Manager bij Verstegen Spices & Sauces zich hardop af, toen zij tijdens de presentatie van ons beloningsonderzoek de vraag kreeg of men er veel op vooruit zou gaan. “Drie haren in je soep is veel, drie haren op je hoofd is weinig.”

En zo is het maar net.

Werk ze,

Rolf Baarda