Waardeer de mens, niet de functie
Het rollenmodel dat voor iedere organisatie toepasbaar is, ziet er als volgt uit.
Het Model Baarda kent acht rollen. De namen van de rollen vormen het basisvocabulaire voor de methode. Bij elke rol horen specifieke kenmerken waaraan de functie en de persoon herkend kunnen worden.
Bij het analyseren van organisaties gaan we uit van twee soorten medewerkers. Allereerst zijn dat de leiders die betekenis kunnen geven aan de abstracte werkelijkheid. Meer precies hebben we het over de medewerkers die processen kunnen managen en ontwerpen, die kunnen onderzoeken en situationeel denken. In ons model horen die verantwoordelijkheden en competenties bij de rollen van Strateeg, Leider, Generalist en Professional.
Aan de andere kant hebben we de volgers, mensen die concrete problemen willen oplossen en een heel ander psychologisch contract met de organisatie sluiten. Zij zoeken zekerheid, gezelligheid en tevredenheid. Ze zijn bereid daarvoor hard te werken en betalen terug met loyaliteit. We beschrijven hen in de rollen van Vakspecialist, Allrounder, Basiskracht en Helper, de vier meest naar binnen gekeerde rollen.
Onze stelling is dat naarmate een rol naar buiten is gericht de toegevoegde waarde toeneemt. Moderne organisaties onderkennen dat verschil in toegevoegde waarde en waarderen hun medewerkers daarop. Ze durven het onderscheid te maken.
Wie zich van anderen wil onderscheiden, gaat niet lopen doen alsof iedereen hetzelfde is. Model Baarda is bedoeld voor managers die op zoek zijn naar dat onderscheid en dat willen vertalen in een organisatiestructuur.
Met Model Baarda kunnen we vitale organisaties ontwerpen. Dat zijn organisaties waarin het stokje van hoog naar laag wordt overgegeven aan capabele anderen in het bedrijf. Dat iedereen problemen voorgeschoteld krijgt die hij kan en wil oplossen, omdat die zijn mogelijkheden en ambities niet overstijgen.
Model Baarda houdt medewerkers een spiegel voor, waarmee zij kunnen uitvinden welke loopbaanstappen reëel zijn en welke hun competenties te boven gaan. Model Baarda schetst een plattegrond waarop medewerkers kunnen worden geplaatst en verplaatst.
Met Model Baarda kunnen we medewerkers gaan waarderen op hun toegevoegde waarde. Die is gelijk aan de moeilijkheidsgraad van de problemen die hij kan oplossen. We noemen dat het probleemoplossend vermogen.
Model Baarda is opgebouwd uit acht rollen. De bovenste vier zijn voor medewerkers die processen kunnen managen en ontwerpen, die kunnen onderzoeken en situationeel denken. Dat zijn de rollen van Strateeg, Leider, Generalist en Professional. De vier onderste rollen zijn voor medewerkers die concrete problemen oplossen: de Vakspecialist, Allrounder, Basiskracht en Helper. Moderne organisaties onderkennen de verschillen in toegevoegde waarde en waarderen hun medewerkers daarop. Ze durven het onderscheid te maken.
De leerwegen die wij beschrijven zijn gekoppeld aan de acht rollen in Model Baarda. Elke rol heeft zijn eigen leerwegen die ieder uit vier fasen bestaan, die van junior, medior, de vakvolwassen fase en tenslotte de seniorfase. Senioriteit is een kwestie van de juiste mentaliteit. Wie de top van zijn leerweg wil bereiken zal daarom uit het juiste hout gesneden moeten zijn.
Het meest cruciale deel binnen Model Baarda is de Verander Organisatie. Die bestaat uit de Generalist die optreedt als de regisseur van de verandering, de Professional die zorgt voor de conceptuele uitwerking daarvan en tenslotte de Vakspecialist die het technisch plan voor zijn rekening neemt.
De rollen Vakspecialist, Professional en Generalist binnen de Verander Organisatie vormen samen het stelsel van leerwegen dat van zekerheid naar onzekerheid loopt, van afhankelijkheid naar onafhankelijkheid, maar ook van een materialistische oriëntatie naar een immateriële, van het bekende naar het avontuur, van volgzaamheid naar oorspronkelijkheid. Leiderschap wordt zo een volstrekt te volgen reis naar de bron, de droom en oorsprong van het probleem.